Boelenham
 Printbare versie  Printbare versie
Het dorpje Hemmen
14e eeuw
15e eeuw
16e eeuw
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw

Het dorpje Hemmen

Het plaatsje Hemmen ligt in de Betuwe aan de Linge en werd al ongeveer 100 jaar voor Christus door de Bataven bewoond. Er waren in die tijd nog geen dijken en de rivieren de Rijn, de Waal en de Maas kozen steeds een andere bedding. Hierdoor stroomde een arm van de grote rivieren langs Hemmen. Hemmen is ontstaan doordat de Bataven zich hier op de rivierwal vestigde. Toen rond 1300 de Betuwe werd bedijkt, werden de gronden rondom Hemmen in gebruik genomen. De Linge is bij Hemmen niet zo breed: “A’j nooit van de Linge ien de Bêtuw geheurd hadt, dan zou’j op ‘t heele ding geen arg hebben, zoo’n onneuzel schoap van ‘en ding as ‘t is”.

Het dorp

Hemmen is een klein dorpje. De kern ligt op een terp rond de hervormde kerk ‘Onze Lieve Vrouwe Van De Brug’ en is omringd door oude platanen en beukenhagen. De kerk met het kerkhof heeft een lange geschiedenis, die teruggaat tot de 13e eeuw. Achter de kerk staat de dorpspomp die tot 1945 werd gebruikt. Naast de kerk staat de vroegere dorpsschool. Hemmen gaf toestemming om op haar grondgebied een spoorlijn aan de leggen. In ruil daarvoor kreeg het in 1882 zijn eigen treinstation Hemmen-Dodewaard.

De Romeinse tijd

In de Romeinse tijd was het gebied rond Hemmen frontgebied met de castra - de legerplaatsen - als steunpilaren en de rivieren als natuurlijke barrières in de steeds weer oplaaiende strijd tegen de Germaanse stammen. In de eerste vier eeuwen na Christus waren de gebieden rondom Herveld en Zetten in ieder geval centra van bewoning. Er zijn grondsporen gevonden van kleine woningen, waarvan de wanden van vlechtwerk - bestreken met leem - gemaakt waren. Zo bestonden de plaatsen Wulfara (Wolferen) in 673, Falburc Marca (Valburg) in 793, Euuci Silec (Slijk-Ewijk) in 855 en Sethone (Zetten) in 1005.

Graafschap Gelre

In de latere Middeleeuwen kwam een groot deel van de streek in bezit van de graven van Gelre. Het Graafschap Gelre ontstond in 1046 rond de plaats Gelre. In de volgende eeuwen wisten de Gelderse graven hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die nu de provincie Gelderland vormen. Een van de oudste bezittingen in de Betuwe is Dodewaard dat in 1107 al in bezit was van de Gelderse heren. De graven wilden hun gebied steeds meer completeren en uitbreiden. Land, huizen en kastelen werden overgedragen, uitgeleend, geschonken, gepacht, geruild en verworven. Uiteindelijk werd het gebied in 1339 verheven tot het Hertogdom Gelre. Niet de hele streek kwam in één hand en onder dit hertogdom te vallen. Zo bleef het plaatsje Hemmen een leen, dat onmiddellijk onder het Rijk stond.

Naast Hemmen waren ook andere gebieden onafhankelijk van de Gelderse vorsten en leenheren. Tussen deze gebieden en graafschappen van de verschillende vorsten werd flink gestreden, dorpen in as gelegd en abdijen geplunderd. Alle streken die de Gelderse graven hadden verworven, waren niet één geheel. Zij bleven vier (later drie) op zichzelf staande delen, elk met een eigen regeringsvorm.

In 1371 eindigde het vorstenhuis Gelre met het uitsterven van de mannelijke lijn. Het huis ging van het ene naar het andere familielid tot in 1543 alles in handen viel van Karel V. Hiermee kwam een einde aan alle veldslagen. Alle Nederlandse gewesten waren toen in de hand van één heer.

Hoge Heerlijkheid

Hemmen was een Hoge Heerlijkheid. Een bestuursvorm, waarbinnen een hechte onderlinge verbondenheid bestond tussen de bewoners. De kern van een Heerlijkheid was een burcht, een indrukwekkend slot of kasteel op de top van een heuvel gelegen of omgeven door diepe grachten. In Hemmen was dit Slot Hemmen - gebouwd in de 14e eeuw - gelegen in het park naast de dorpskern. De centrale persoon - de baron - was de heer, eigenaar van de plaatselijke feodale rechten binnen zijn territorium, de Heerlijkheid. Als vazal had hij feodale verplichtingen tegenover zijn hogergeplaatste heer. Maar binnen zijn domein gedroeg hij zich als zelfstandige heerser en oefende de heerlijke rechten uit over zijn onderdanen.

Aan een Heerlijkheid waren allerlei economische en zakelijke rechten verbonden, waarbij de heer recht had op een belasting of heffing van bepaalde inkomsten. Iedereen moest een deel van zijn grondopbrengst afstaan aan de plaatselijke geestelijkheid en een persoonlijke belasting betalen. Ook moesten de bewoners een of meerdere dagen per week op de landerijen werken. De bewoners werden opgevorderd voor het onderhoud van de wegen of voor andere gemeenschapsdiensten.

Aan de grenzen van de Heerlijkheid moest tol worden betaald. Niet alleen voor het gebruik van de wegen, maar ook voor de doorvoer van specifieke grondstoffen of de doorgang van personen. Van de opbrengst werd in Hemmen de brug over de Linge en de zandweg naar het Lexkesveer onderhouden. Naast de tolbrug stond vroeger een herberg met een bakkerij, een café en een cachot.

Vanaf de 16e en 17e eeuw werd het bezit van een Heerlijkheid meer en meer een machtsbasis en inkomstenbron voor adellijke families. Aan de Heerlijkheid waren vaak uitgestrekte pachtvelden en een burcht of kasteel verbonden. Daardoor was een Heerlijkheid een aantrekkelijke investering voor succesvolle kooplieden en het stadspatriciaat. Met de aanschaf konden ze zich een adellijk profiel aanmeten. Omdat ze hun familienaam eraan ontleenden was de Heerlijkheid een belangrijk statussymbool, dat toegang verschafte tot financieel interessante erebaantjes en betrekkingen.

In de Overbetuwe telde men destijds acht Hoge Heerlijkheden. Na de omwenteling in 1795, tijdens de Franse overheersing, bleef de oude verdeling in ambten bestaan, maar verdween de macht, de status en het overgrote deel van bevoegdheden en voorrechten van de Heerlijkheid. De naam werd gewijzigd: men noemde deze voortaan gemeente.

Galgenberg

Aangezien Hemmen zelfs een Hoge Heerlijkheid was, mocht de heer de rechtspraak uitoefenen in zijn gehele omvang. De baron mocht alle criminele zaken behandelen, de doodstraf uitspreken en laten uitvoeren met het zwaard, de galg of het rad. Daarnaast mocht de baron ook lijfstraffen opleggen, verbanning of verbeurdverklaring van goederen, bijvoorbeeld in geval van diefstal of verwonden. Voor kleine vergrijpen legde de baron geldboetes op.

Hemmen had een eigen tentoonstellingsgalg. In 1916 schreef Attie Nieboer - een schrijfster uit het nabijgelegen Heteren - in ‘Eigen Haard’: “En meteen daarna moeten we een bergje op. Een heel klein groen bergje met een boerenhuisje er op met een rieten dak. Daar zijn we dan op ‘het huchtje’, eigenlijk heet het de Galgenberg, omdat daar eens in ouden tijd een galg heeft gestaan, maar de menschen zijn dat gelukkig allang vergeten”. Op de veldnamenatlas is nog een perceel te vinden, genaamd ‘De Galgenpas’. Het lange, smalle perceel ligt aan de rand van het dorp, direct langs de Linge.

Er bestonden verschillende typen galg. Met het ene werden executies uitgevoerd en met de andere werden de lijken tentoongesteld. Een executiegalg was over het algemeen een ladder die de veroordeelde moest beklimmen, waar hij vanaf moest springen en zichzelf ophing. Op de galgenberg in Hemmen stond een tentoonstellingsgalg “tot afschrick ende exempel”. Dit was een lange ijzeren balk met zeven knoppen bevestigd in gemetselde zuilen. De touwen werden om de knoppen geslagen, waarna de lichamen hieraan konden worden vastgemaakt.

De lichamen bleven aan de galg hangen totdat ze uit elkaar vielen en vergaan waren: “de vogelen des hemels ten prooye gelaten tot afschrik van het algemeen”. De beenderen die overbleven, werden ter plaatse begraven. In 1795 werden galgenvelden verboden en moesten ze ontruimd worden. Lichamen van terechtgestelden werden vanaf die tijd direct begraven.

De heren van Hemmen

Vanaf de 9e eeuw behoorde Hemmen aan de Van Doornick’s. Zij waren ridders. Elisabeth, de enige dochter van Willem Borre van Doornick, trouwde in 1360 met ridder Steven van Lynden, waardoor de heerlijkheid Hemmen in het geslacht Van Lynden overging.

Het slot Hemmen was een van de mooiste en indrukwekkendste kastelen van Gelderland, maar werd in de eerste helft van de 18e eeuw door brand verwoest en afgebroken. In 1757 werd het Huis Hemmen gebouwd onder Frans Godard van Lynden op dezelfde fundamenten. Het Huis Hemmen kreeg de uitstraling van een groot landhuis, beïnvloedt door vrienden die in moderne landhuizen woonden aan de Vecht. Frans Godard woonde tijdens de bouw in het huis ‘Klein Hemmen’. Dit lag op de hoek van de Veldstraat en de Boelenhamsestraat.

Steven van Lynden vestigde zich in Hemmen in 1375. Sindsdien heeft Hemmen zeventien heren van Hemmen gekend. Zijn opvolgers waren uit het Van Lynden geslacht en hadden functies als ridder, majoor, dijkgraaf, lid van de Eerste Kamer of burgemeester. De Van Lyndens waren samen goed voor een indrukwekkende biografie. Zo tekende Dirk van Lynden in 1579 de Unie van Utrecht, waarmee ontrouw werd bekrachtigd aan het gezag van de Spaanse koning Philips II; introduceerde Diederick van Lynden in 1619 de oecumene op Kasteel Hemmen door als katholiek een protestantse te huwen; maakte Derk Wolter van Lynden (1659-1712) deel uit van het gevolg van Mary Stuart, de Engelse vrouw van stadhouder-koning Willem III en was Willem Frans Godard (1729-1787) betrokken bij de nieuwe Psalmberijming.

De laatste heer van Hemmen was baron Frans Godard van Lynden van Hemmen (1836-1931). Hij was burgemeester van Hemmen en lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, heemraad, dijkgraaf van de Overbetuwe en zat een halve eeuw in de kerkenraad. Hij was heer en meester in Hemmen, die de predikant kon aanstellen en het schoolpersoneel kon benoemen en ontslaan. Wanneer de baron bij de veerpont het Lexkesveer kwam, blies zijn koetsier op de hoorn en voer de pont ijlings naar de Betuwse kant van de Rijn. Dan betrad de heer met paard en wagen – als enige - het vaartuig. In 1920 richtte hij de Stichting het Lijndensche Fonds op. Alle bezit werd daarin ondergebracht, want Hemmen moest van de baron een eenheid blijven. Hij overleed in 1931 kinderloos waardoor deze tak van het geslacht Van Lynden uitstierf.

Het Huis Hemmen behoorde na zijn dood toe aan het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending en was tot 1941 een conferentieoord. Er werden werkweken georganiseerd die betrekking hadden op jeugdwerk en zending. Zendelingen, die met verlof in Nederland waren, konden er logeren en overspannen predikanten konden er tot rust komen.

De verwoesting

Na 1941 - tijdens de Tweede Wereldoorlog - werd het Huis Hemmen gebruikt door oorlogsvluchtelingen uit het Westen van het land. In januari 1945 werd het kasteel het middelpunt van hevige gevechten. Het huis werd afwisselend door Duitse, Engelse en Canadese soldaten in gebruik genomen. Op het moment dat Duitse soldaten in het huis zaten, lukte het de geallieerden op 5 januari 1945 om het huis met fosforgranaten in brand te schieten. De Duitsers zwommen over de 60 meter brede gracht aan de achterkant van het kasteel, staken de Linge over en vluchtten richting Rijn.

Wat overbleef van het huis was een ruïne. Op 6 januari 1945 werd het huis nog verder door tanks in puin geschoten om te voorkomen dat de ruïne nog als Duitse uitvalsbasis gebruikt zou worden.

Na de oorlog werd het aan zijn lot overgelaten en bomen groeiden tussen de resten van het huis. In de jaren 1997-1998 werd de ruïne geconsolideerd en muren beschermd tegen vorst en regen. De ruïne is nu alleen nog opengesteld voor groepen, die onder leiding van een gids rondgeleid worden.

Dominee Ottho Gerhard Heldring

In 1827 werd dominee Ottho Gerhard Heldring (1804-1876) op 23-jarige leeftijd door Hemmen beroepen tot predikant voor de Hervormde Gemeente en werd door zijn werk de beroemdste Hemmenaar.

Barones van Lynden stimuleerde hem om zich meer in de literatuur te verdiepen. Heldring werd vervolgens de grondlegger van de Inwendige Zending. Hij streed tegen drankmisbruik en de monocultuur van de aardappelteelt en zette zich in voor de opvang van ’gevallen’ vrouwen en Betuwe-naren die door dijkdoorbraken dakloos dreigden te worden door de Heldringstichtingen in Zetten op te richten.

In 1836 plaatste Heldring als eerste in Nederland een kerstboom in de kerk van Hemmen om arme mensen te laten genieten van de kerstsfeer en ze tegelijkertijd ontvankelijker te maken voor het evangelie.

Heldring was 40 jaar lang predikant in Hemmen. Achter in de kerk, onder het orgel, is ter herinnering aan Heldring een gedenkplaat aan de muur bevestigd.

Hemmen tegenwoordig

Hemmen telt nu met haar buitengebied ongeveer 400 inwoners. Het Lijndensche Fonds bestaat nog steeds en beheert zo’n 350 hectare land in Hemmen en 250 hectare daarbuiten. Het land, de boerderijen en de meeste huizen worden verpacht en verhuurd. Dit vormt een groot deel van de inkomsten. Opbrengsten uit deze stichting komen vervolgens ten goede aan de Hemmense kerk en de zending.

Het park van Huis Hemmen - met de ruïne en de kasteeltuin - is een aantrekkelijke trekpleister voor dagjesmensen geworden.

Naast Huis Hemmen stond er nog een ander kasteel in Hemmen - tegenover het huidige station Hemmen-Dodewaard - genaamd de Boelenham. Dit kasteel is gebouwd in de 14e eeuw en heeft een lange en interessante geschiedenis.