Boelenham
 Printbare versie  Printbare versie
Het dorpje Hemmen
14e eeuw
15e eeuw
16e eeuw
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw

Dirk van Lynden

Na het overlijden van Steven van Lynden werd de oudste zoon en strijdlustig ridder, Dirk van Lynden, heer van Hemmen, Mussenberg en de Boelenham. Zijn eerste vrouw was Walburga van Benthem en zijn tweede vrouw heette Anna van Blitterswijck. Omstreeks 1400 trouwde hij met zijn derde vrouw Catharina van Zweder. Zijn vierde vrouw was Adelise van Winssen. Zij trouwden voor 1418 en hij maakte haar erfgenaam in 1419. Dirk van Lynden liet zeven kinderen na.

Door zijn tweede huwelijk met Anna van Blitterswijck koos hij partij voor een bloedverwant van haar. Aan de zijde van Jan van Arkel, heer van Rijnestein bij Cothen, nam hij in 1403 deel aan de strijd tegen Albrecht van Beieren, graaf van Holland. Dat kwam hem duur te staan: het kasteel de Boelenham werd door de Hollanders verbrand en de slotvoogd Willem van Blitterswijk werd gevangen genomen. Dirk liet dit niet op zich zitten en stak op zijn beurt het kasteel van Liesvelt in de Alblasserwaard in brand. Op 17 september kwam aan deze strijd een einde. Dirk werd in 1409, na de dood van zijn oom Jan van Lynden, tot erfschenker van Gelderland benoemd.

In een slag bij Gorinchem in 1417 werd Dirk als partijganger - met 900 anderen - gevangen genomen. Dirk kreeg een belangrijk aandeel in het bestuur van Gelre en werd in 1423 de vertrouwde raadsman van de jeugdige hertog – achterneef van de kinderloos overleden Reinald van Gelder - Arnoud van Egmond, die in dat jaar op veertienjarige leeftijd aan de regering kwam. In 1425 werd hij in gezantschap naar de keizer gezonden om de rechten van de hertog te verdedigen tegen hertog Adolf van Gulik.

Bij een strijd in 1433 raakte Dirk gewond, werd gevangen genomen en naar Keulen gebracht. Zonder losgeld te betalen lieten ze hem echter weer vrij en hertog Arnoud van Egmond vergoedde hem alle onkosten die hij in de strijd gemaakt had, door hem bepaalde tinsen en landerijen in de dorpen Malden en Beek voor 300 gouden kronen te verkopen.

Op 28 oktober 1437 overleed Dirk. Adelise van Winssen overleed in het jaar 1465. Beiden liggen in de Buurkerk in Utrecht begraven.

Jan van Lynden

Jan van Lynden, de oudste zoon van Dirk van Lynden, werd heer van Hemmen, de Boelenham en Mussenberg. Hij werd omstreeks 1410 geboren. Jan huwde in 1440 op het kasteel Doornik Fulswina van Randwijck. Zij kregen vijf zonen en een dochter die zich allen heer respectievelijk vrouwe tot den Boelenham noemden.

Jan deed in 1440 een gelofte aan zijn zuster Elisabeth en verkocht in 1442 een goed in Hemmen aan zijn zwager Willem Huecke. Hij steunde, net als zijn vader, hertog Arnoud van Egmond bij invallen in het hertogdom Gulik en werd door de hertog in 1444 tot ridder geslagen.

Het recht van erfschenker van het hertogdom Gelre was aan het geslacht Van Lynden verbonden. Rond het jaar 1452 verkocht Jan van Lynden dit recht aan de heer Gerrit van Cuilenborg. In deze koop was ook een goed in Kesteren begrepen.

Arnoud van Egmond en zijn zoon Adolf hadden een conflict. Het leidde ertoe dat er een tweespalt ontstond. Jan van Lynden koos in deze strijd de kant van de vader, hertog Arnoud, en wist Adolf binnen Venlo te belegeren. Toen Adolf zich weer bevrijd had, nam hij wraak op Jan. Hij brandschatte de boeren en nam de bezittingen van Jan in beslag. Arnoud werd door zijn zoon gevangen genomen en verbleef zes jaar in de cel. Na de gevangenneming van de hertog vluchtte Jan naar de hertog van Kleef en zijn kasteel Mussenberg. Zoon Adolf belegerde en verbrandde omstreeks 1465-1468 Slot Hemmen en hield de heerlijkheid Hemmen in zijn bezit. Tijdens deze twisten had Fulswina van Randwijck zich tijdelijk met haar zoon Dirk in Utrecht gevestigd.

In 1468 viel Jan van Lynden daarop Gelderland binnen en maakte zich van Doesburg meester, maar werd door zoon Adolf weer teruggeslagen. Toen Karel de Stoute, hertog van Bourgondië, door de keizer werd aangewezen als bemiddelaar tussen hertog Arnoud en zijn zoon, was Jan van Lynden daarbij aanwezig. Toen hertog Arnoud het kasteel te Grave belegerde, werd het door Jan van Lynden op 28 juni 1471 bestormd en ingenomen. Hij werd op 15 juli 1472 door de hertog tot maarschalk van Gelderland benoemd.

Jan van Lynden stierf op 13 april 1473. Zijn weduwe, Fulswina van Randwijck, woonde tot 1488 op de kleine Hofstede te Hemmen. Zij heeft daarna tot haar dood in 1489 bij haar dochter Lijsbeth van Lynden gewoond. Zoon Steven van Lynden werd erfgenaam van Hemmen en de Boelenham, maar verkocht het in 1490 aan zijn broer Dirk.

Dirk van Lynden

Dirk van Lynden, zoon van Jan van Lynden en Fulswina van Randwijck, werd geboren omstreeks 1445. Hij was ridder van den Oliphant en verkreeg de titel van raad en kamerling van keizer Frederik van Oostenrijk. Hij huwde in 1471 Walburga van Blitterswijck, erfdochter van Blitterswijck, Beek en Heimerden. Hij werd door de keizer in 1474 beleend, waarmee hij en zijn nakomelingen erfgenaam werden van Blitterswijck, Beek en Heimerden. In 1475 deed hij een opmerkelijke belofte aan zijn schoonvader. Hij zou “niet te zullen dobbelen noch te speelen dan in goed gezelschap, onder verbeurte van honderd fransche kroonen”.

Tegenstander Dirk

Dirk van Lynden was groot tegenstander van de Bourgondische overheersing en ijverde erg tegen het gezag van Karel den Stoute. Hij trachtte de Gelderse ridderschap te bewegen de vorst niet te huldigen. Hij beschouwde de verkoop of de verpanding van Gelderland aan de Bourgondiër als nadeel voor de toekomstige hertogen. Toen hij hierin zijn zin niet kreeg, voegde hij zich bij keizer Frederik III. Hij was de keizer vervolgens behulpzaam in de oorlog tegen de hertog, en verbleef elf maanden lang in het belegerde Neuss, dat in juni 1475 werd ontzet.

Karel de Stoute stierf op het slagveld van Nancy in 1477. Na zijn dood was Dirk één van de voornaamste verantwoordelijken voor de terugkeer van Karel van Gelder van Egmond - zoon van Adolf van Egmond - in zijn erfstaten. Met de graaf van Meurs zorgde Dirk van Lynden in maart 1492 voor zijn ontslag uit de gevangenschap aan het hof van Frankrijk en was hij blij Karel als heer van Gelre gehuldigd te zien. Hij ondersteunde deze vorst nog herhaaldelijk met aanzienlijke geldsommen, waarvoor hij zijn goederen moest bezwaren en verkopen.

Dirk stierf op 3 juli 1500 in het huis te Hemmen. Hij liet drie kinderen na, waaronder één zoon: Jaspar. Walburga van Blitterswijck hertrouwde met Wolter van Zuilen van Natewisch, die in 1503 een boedeldeling maakte met de kinderen van zijn vrouw. Walburga van Blitterswijck overleed na 1516.