Boelenham
 Printbare versie  Printbare versie
Het dorpje Hemmen
14e eeuw
15e eeuw
16e eeuw
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw

Het adellijk huis de Boelenham

De Van Doornick’s waren al vanaf de 9e eeuw heren van Hemmen. Zij waren ridders en bekleedden belangrijke functies. Zo waren zij richter en ambtman van de Neder-Betuwe en Overbetuwe. De Van Doornick’s bezaten naast Hemmen ook het Huis Mussenberg in Valburg. Waarschijnlijk heeft heer Borre van Doornick het adellijk huis de Boelenham aan het begin van de 14e eeuw laten bouwen.

De zoon en opvolger van Borre van Doornick was Willem Borre van Doornick. In 1360 werd voor het eerst de Boelenham genoemd, wanneer enig kind en dochter van Willem Borre van Doornick trouwt met Steven van Lynden. Met dit huwelijk gaat de Heerlijkheid Hemmen, en ook daarmee de Boelenham, over op het geslacht Van Lynden.

De Boelenham deed dienst als een wachtkasteel voor de heren van Hemmen. Nazaten van de heer bewoonden de Boelenham, totdat de heer stierf. Dan mocht de opvolger van de heer van Hemmen de Boelenham inruilen voor het Slot Hemmen.

Familie Van Doornick

De vader van Borre van Doornick, ridder Willem van Doornick, kwam in 1313 om bij een gevecht. Op 28 november 1313 vond de uitspraak plaats over de schadevergoeding die betaald moest worden naar aanleiding van dit gevecht. Over de dood van Willem van Doornick werd geschreven: “daer Got die sele haf hebben moet, dusent pont, want hi gheslagen waert binnen enen hantvrede ende et ons moghelike donc, om dat want hi die iirste dode was ende hi op dien daghe niement arch ghedaen hen hadde”. Een oorkonde beschreef de lijst van boeten, die betaald moesten worden: “de doodslag werd daarbij geschat op 1000 pond, eene doodelijke wonde op 70 mark, een steek door den rug, het uitslaan van acht tanden en het klieven van het hoofd, ieder op 20 mark, een schot door het hoofd en eene zware verwonding van hetzelfde ligchaamsdeel, ieder op 10 mark, mindere wonden op 5 mark”.

Ridder heer Otto van Bilant de oude, schoonvader van Willem Borre van Doornick, had in 1318 een geschil met heer Borre van Doornick en Wouter van Keppel wegens huisvredebreuk. Hij kreeg door de graaf van Gelre een boete van 1.700 ponden opgelegd. Hij werd in 1340 aangesteld tot bewaarder en ambachtsman van al zijn renten en goederen in Zuid-Holland.

Otto van Bilant overleed voor 1357, bij zijn echtgenote Ermgard van Lynden, en liet drie kinderen na:

1.

ridder Henricus, in 1381 lid van de Gekkenorde te Kleef

2.

Otto van Bilant van Loenen, als gunsteling van hertog Eduard van Gelre in 1363 onthoofd

3.

Margaretha van Bilant, echtgenote van Willem Borre van Doornick.

Oorlog in Gelderland

De 14e eeuw was een woelige eeuw. Er bestonden verschillende oorlogen tussen hertogen en bisschoppen. Kastelen en stadjes moesten het telkens ontgelden in deze gevechten. In 1349 breidde de strijd uit naar graafschappelijk niveau. Hertog Reinald III van Gelre was toen 17 jaar. Broer Eduard was 14 jaar en liet ondertussen - net als zijn broer - ook rechten op Gelre gelden, omdat hij zijn deel van de vaderlijke erfenis niet had gekregen. Hij eiste onder andere het graafschap Zutphen op. Verschillende Gelderse geslachten kozen partij voor één van deze broers - de Heekerens voor Reinald III en de Bronckhorsten voor Eduard - en een burgeroorlog in Gelderland was het gevolg. Het platteland had zwaar te lijden onder deze twist. Hoeven gingen in vlammen op, vee werd geslacht of geroofd en mensen mishandeld, meegevoerd of gedood. De heren ondernamen eindeloze expedities tegen elkaars kastelen.

De oorlog verliep in het voordeel van Eduard. De belangrijke steden Nijmegen en Tiel zegden Reinald III de gehoorzaamheid op en verklaarden het eens te zijn met Eduards eisen. Reinald III trok met een sterke macht tegen deze steden op. Nijmegen werd ingenomen en bedwongen. Tiel bood felle tegenstand, maar na een hevig beleg werd de stad stormenderhand veroverd. Hierbij vluchtten 145 mensen de toren van de Sint Walburgskerk in. Reinald III beging nu een grote fout. Hij liet Tiel in brand steken en de vluchtelingen in de toren kwamen om in de vlammenzee. Veel edelen waren zeer verontwaardigd over deze schandelijke handelswijze en keerden zich van Reinald III af.

Vanaf 1352 werden vele bestanden gesloten, maar ze hielden nooit lang stand. Steden en burchten werden aangevallen. In 1358 werd het zoveelste bestand gesloten. Eduard werd landvoogd van Gelre en Reinald III landvoogd van de Veluwe, maar de strijd duurde voort. De bevolking vermaanden de landsheren aan hun strijd een einde te maken. Zelfs keizer Karel IV bemoeide zich met de kwestie.

De slag bij Tiel

Reinald III was Willem Borre van Doornick en zijn broer Bertold vijfhonderd mark schuldig. Begin 1361 koos Willem Borre partij voor Reinald III. Willem Borre regelde zijn nalatenschap en sloot zich aan bij het leger van Reinald III. Toen Eduards bestuur in Gelre ten einde liep, wilde Reinald III namelijk weer het bestuur van Gelre overnemen. Verscheidene edelen riepen echter in 1361 Eduard als hertog uit en steden volgden hun voorbeeld.

Nijmegen en Tiel waren weer de eersten. Vooral op Tiel, dat hem steeds dwars zat, was Reinald III woest. Hij rukte onmiddellijk met een leger op naar Tiel. Tiel weigerde hem binnen te halen als de wettige landsheer. Daarop belegerde hij de stad.

Eduard had inmiddels in Nijmegen een leger verzameld en wist Tiel binnen te komen. Op Sint Urbanusdag, op 25 mei 1361 trok hij met ontrold hertogelijk banier en hoorngeschal de poort uit en daagde Reinald III uit voor de strijd. Deze stond met zijn troepen op een ongunstige plaats tussen de Waal en de dijk. Na een hevig gevecht werd Reinald III verslagen en met verscheiden edelen gevangen genomen. Bij dit gewapend treffen, sneuvelde Willem Borre van Doornick. Steven van Lynden, de schoonzoon van Willem Borre, streed ook mee aan de zijde van Reinald en kwam ongeschonden uit de strijd.

Het gevecht tussen de broers kwam hiermee eindelijk ten einde en Eduard werd hertog over heel Gelre en Zutphen. In augustus 1371 werd Eduard dodelijk getroffen bij de Slag van Baesweiler. Zijn - inmiddels zeer corpulente - broer Reinald werd uitgeroepen tot hertog van Gelre, maar in december 1371 overleed hij kinderloos. Vervolgens begonnen de twee zussen van Reinald III en Eduard hun strijd over het recht op Gelre. Machteld, de oudste zuster, getrouwd met de oude Jan van Châtillon graaf van Blois, wilde Gelre voor zichzelf. De jongste, Maria, getrouwd met hertog Willem van Gulik, wilde Gelre voor haar zoontje Willem. Uiteraard kozen de Heekerens en de Bronckhorsten weer partij. De Heekerens waren Machteld welwillend gestemd en de Bronckhorsten zagen wel iets in de jonge Willem. Ook ditmaal wisten de Bronckhorsten de strijd te winnen. Hertog Willem van Gulik werd ten behoeve van zijn zoontje Willem erkend.

Steven van Lynden

Elisabeth van Doornick (1340-1396), dochter van Willem Borre van Doornick, trouwde in 1360 met ridder Steven van Lynden (±1330-1388). Elisabeth was erfdochter van Hemmen, de Boelenham en Mussenberg. Steven was geboren omstreeks 1330 en kwam uit Lienden in de Neder-Betuwe. Hij was een van de drie zonen van de erfschenker van de Gelderse hertog Dirk van Lynden en Ermgard van Keppel. Steven was eerst ‘knape’ (schildknaap) en werd in 1359 op de Rijksdag te Mainz door Keizer Karel IV tot ridder geslagen. Zijn twee broers, Johan en Wouter, waren al eerder tot ridder geslagen. Willem Borre van Doornick maakte op 24 april 1361 zijn vrouw Margaretha erfgenaam van het Slot Hemmen, voordat het overging op zijn dochter Elisabeth.

Elisabeth was erfdochter, maar omdat Hemmen een zwaardleen was, een leengebied waarbij de bestuurder alleen een man kan zijn, kon zij haar vader niet opvolgen. Steven van Lynden reisde daarom in 1364 naar Duitsland en verkreeg van de Keizer de belening der Baronie van Hemmen voor zich en zijn mannelijke nakomelingen. Van zijn kinderloos overleden broer, Wouter, erfde hij de heerlijkheid Alst.

De bemoeienissen met de hertogen bleven bestaan. Op 1 november 1368 bezegelde Steven van Lynden de huwelijkse voorwaarden tussen hertog Eduard en Catharina, oudste dochter van hertog Albrecht van Beieren, en bezegelde dezelfde dag de oorkonde, waarbij hertog Eduard, in geval van kinderloos overlijden, de terugbetaling van de huwelijksgave van zijn bruid Catharina waarborgt. Hij beloofde op 25 mei 1372 graaf Jan van Blois schadeloos te zullen houden “wegens alle lofnisse die hij gheloeft heeft voer heren Rutgher van Laecmonde, ridder, voer Rutgher van Renwyc ende voer Dyrycke den Roeden, knapen”, in zake de nalatenschap van Rutgher van den Lewenborch.

Naar Hemmen

Uit het huwelijk van Steven en Elisabeth werd in mei 1372 Dirk van Lynden geboren op het kasteel Grunsvoord te Renkum. Steven was daar kasteelbewaarder. In 1375 gingen zij op het Slot Hemmen wonen.

Steven van Lynden bezegelde op 1 februari 1375 een oorkonde ten behoeve van de Sint Jansheeren te Arnhem. Hij bezegelde met de ridders Jan heer van Lynden en Goessen van Lynden de zoenbrief, op 2 november 1376, van Jan van Blois en hertogin Machteld ten behoeve van een aantal edelen. Daarnaast hielp Steven op 6 januari 1377 de Landvrede, het verbond tussen Jan van Blois en Machteld met de ridders van Over- en Neder-Betuwe, op te richten.

Steven trok tegen hertog Willem van Gulik ten strijde in 1381. In datzelfde jaar nam hij ook de heer van Homoet gevangen. Hij deed een inval op de Veluwe en bedreigde Arnhem. Vandaar verdreven, sloeg hij het beleg voor Wageningen, waar in mei 1381 een veldslag werd geleverd. Kort daarna verzoende hij zich met hertog Willem van Gulik.

In 1381 werd Steven voogd over de kinderen van zijn broer Johan. Met zijn vrouw Elisabeth had hij zeven kinderen. In 1388 overleed Steven en in 1396 Elisabeth. Zij werd bij haar man Steven in de kerk van Elst bijgezet.